De NBM stadstram, door Max Velthuis



Om het stadsvervoer in Utrecht na afloop van Wereldoorlog II weer zo snel mogelijk op gang te krijgen sloot de Gemeente Utrecht op 30 juli 1945 een overeenkomst met de Nederlandsche Buurtspoorweg Maatschappij om op het stadstraject van de tramlijn Utrecht-Zeist van het Centraal Station naar de spoorwegovergang Biltstraat voor zo lang als nodig een afzonderlijke stadstram te laten rijden tussen de trams naar en van Zeist door. Deze dienst startte op 1 augustus 1945 met de eigen NBM-trams 4,8,9 en 10,die ter onderscheiding van de groene interlokale NBM-trams voorzien werden van wit geschilderde balconbuitenzijden.


In juli 1946 kocht de NBM van de opgeheven tramdienst Middelburg-Vlissingen eerst drie en later nog eens drie trams op, speciaal bedoeld voor deze autobusvervangende tramdienst. Deze kregen de nrs. 1 t/m 4 in creme-gele Utrechtse stadsbuskleuren en een nr. 5 in NBM-kleur. Deze laatste werd een enkele keer op de interlokale dienst ingezet, maar kon door het geringe motorvermogen geen zware aanhangers trekken. De zesde "Zeeuw" diende als "plukwagen". Deze door Allan gebouwde trams hadden twee ACEC-motoren van dertig pk, een radstand van één meter tachtig, waren acht en een halve meter lang en ruim twee meter breed en waren ingericht met twee langsbanken voor elk tien personen en veertien staanplaatsen. Op 15 mei 1948 deelde de NBM aan B & W van Utrecht mede deze aparte stadstramdienst te willen beeindigen en wel per 1 juni 1948. Stadspassagiers konden verder tegen de daarvoor geldende voorwaarden met de interlokale tram reizen.Alle NBM-trams werden te slecht (bouwjaar 1909). Met de inkrimping van de tramdienst naar Zeist per 10 oktober 1948 keerde de aparte stadstramdienst nog voor ruim 4 1/2 maand terug. De Zeeuwse trams werden hiervoor, gelet op hun technische staat (bouwjaar 1910 en door ziltaantasting), niet meer gebruikt. Een enkele keer verscheen wagen 5 nog op de weg.De NBM zette nu haar eigen wagens 9,17,20,21 en 22 voor dit doel in. De NBM-stadstram reed haar laatste rit op 28 februari 1949 en de tram naar Zeist op 2 mei 1949.

De route van de NBM stadstramdienst liep vanaf de Stationsstraat via Stationsplein, Leidseweg, Vredenburg, Lange Viestraat, Potterstraat, Voorstraat, Wittevrouwenstraat, Biltstraat naar de F.C. Dondersstraat; van F.C. Dondersstraat via Biltstraat, Wittevrouwenstraat, Voorstraat, Potterstraat, Lange Viestraat, Vredenburg, Leidseweg naar Stationsplein; vervolgens leeg via Westerstraat, Stationsdwarsstraat naar Stationsstraat.

Onderstaande tramfoto's zijn afkomstig uit de grote verzameling van wijlen Max Velthuis (1936-2009). 

Vanaf de Stationsstraat naar de

FC Donderstraat.



Vanaf de FC Donderstraat naar de

Stationsstraat.



Onderstaand volgt een overzicht van de Vlissingse wagens.

Nummer   Nummer in Vlissingen Afgeleverd in Zeist   In dienst Buiten dienst
1 TVFM 1 17-07-46 29-07-46 31-05-48
2 TVFM 7 17-07-46 29-07-46 31-05-48
3 TVFM 6 17-07-46 03-08-46 31-05-48
4 TVFM 10 15-10-46 31-10-46 31-05-48
5 TVFM 3 15-10-46 09-01-47 28-02-49
plukwagen TVFM 8 15-10-46 - -



Bij het tweede transport bevond zich ook "plukwagen" 8. Bovenstaande foto werd in Vlissingen genomen op de dag van afvoer naar Zeist.