De tram van
Tekst en foto's, Wouter van Doorn. Als je het al een tram wilt noemen, dan had Groesbeek het kleinste trambedrijf van Nederland. Het Bijbels Openluchtmuseum van de Heilig Landstichting aldaar dacht behoefte te hebben aan een vervoermiddel voor de niet meer zo best ter been zijnde ouderen. Een trammetje leek ze wel aardig. In eigen beheer werd geknutseld en geknoeid tot er uiteindelijk in 1985 "iets" rondreed wat met fantasie een tram genoemd kon worden. O ja: en "rondrijden" kon niet, want in eerste instantie werd een lijn aangelegd, zonder wisselplaats, die van kopeindpunt naar kopeindpunt leidde. Het genot van het hebben van twee motorwagens was dus beperkt, want ze konden alleen gekoppeld samen de baan op. De bedoeling was om later een cirkelvormige baan te maken door de eindpunten langs de andere kant van het museum met elkaar te verbinden. Ruim vier kilometer traject zat in de planning. De rijtuigbakken waren geleverd door busleverancier Den Oudsten, die ook nog trots zijn naambordje erop had aangebracht. Een interieurontwerp als zodanig was er niet. Een collectie van 24 bedrijfskantinestoeltjes werd vast gemonteerd op lompe dwarsdragers. Met nog acht klapzittingen tegen de bestuurderscabines aan was het klaar. Er waren nogal wat problemen. Zo wilde men niet dat het karakter van het park werd aangetast, dus de tram mocht niet dicht bij de attrakties komen. De lijn werd dus aangelegd aan de rand van het park, en de mensen die slecht ter been waren (Juist! Heel goed! De doelgroep, ja) moesten maar zien hoe ze van de haltes naar die attrakties kwamen. Ten tweede was er gekozen voor elektrische aandrijving met een derde rail. Uniek voor "pret"parken. Ook uniek: om een duur onderstation te voorkomen moest het ding op 380 Volt rijden - heel erg weinig spanning voor een tram. De natuurkunde leert, dat weinig spanning bij een bepaald gevraagd vermogen dan veel stroom betekent. Veel stroom werd een probleem in herfst en winter, wanneer het contact met de rails slechter werd. En ook als de zandstrooier gebruikt moest worden op de veel te steile hellingen tot 7% (ook alweer uniek in Nederland). Gevolg van de stroomonderbrekingen: doorbrandende motoren. Gevolg van de steile hellingen: de noodzaak de overbrenging te wijzigen waardoor de trams, die al geen snelheidsmonsters waren, werden beperkt tot 18 km/uur. Meer dan een halfuursdienst was niet haalbaar. Als ze wel reden maakten ze een hels kabaal. Gillende motoren die deden terugverlangen naar een concert voor koffiemolens en stofzuigers. Maar nogmaals: het reed wel. Min of meer. Een tijd lang. De steilste helling, aan het begin, ging na een paar jaar half buiten dienst. Op afroep kon er nog gereden worden, maar niet van harte. Over de geplande verlenging had al jaren niemand het meer. Toen na dertien jaar van moeizame exploitatie de leiding begon te denken aan de kosten van groot onderhoud, het eigenlijke nut van het geheel, de gewijzigde opvattingen over veiligheid en het aanstaande vertrek van het getrainde personeel in verband met pensionering (en zo) was het opeens razendsnel afgelopen. De rails werden verwijderd. De beide "trams" bestaan nog. Ze werden overgenomen door pretparkmagnaat Hennie van der Most, die plande ze in te zetten in een nieuw te openen park over de Duitse grens. Hij kreeg geen toestemming van de overheid. Sindsdien staan ze stil te verroesten in een loods daar. Weddenschappen over waar of wanneer ze weer zullen rijden worden niet aangenomen. Het was een prachtige tijd, maar niet heus." Hieronder is een lijnenkaartje toegevoegd met de zeven haltes waar gestopt werd.
Onderstaande foto's werden gemaakt op 1 april 1985 benevens de eerste en laatste, welke dateren van 30 april 1986.
Zie ook het eveneens van Wouter van Doorn afkomstige filmpje, over De tram in Het Bijbels Openluchtmuseum | ||||||||||||||||
|
|
|